Newsletter Special – Teckel/Dashond

Teckel/Dashond

De teckel heeft een compacte en gespierde lichaamsbouw, laag tegen de grond, met korte poten en een langgerekte rug. De hond heeft een uitdagende houding met alerte blik. Ondanks dat zijn poten erg kort zijn in vergelijking met het lange lichaam, is de teckel wel erg mobiel en licht op de voeten.

Grootte

De F.C.I. erkent drie verschillende groottes voor de teckel:

  • Standaard teckel: borstomvang boven de 35 cm, gewicht tot maximaal 15 kilo.
  • Dwergteckel: borstomvang van 30 t/m 35 cm, gewicht variërend tussen 8 en 10 kilo.
  • Kaninchen teckel: borstomvang tot 30 cm, gewicht variërend tussen 3 en 6 kilo.

Vacht

De vacht van een teckel komt in drie verschillende structuren voor:

  • kortharig: korte, gladde vacht, verhaart nauwelijks,
  • langharig: lange, zachte vacht, die sluik langs het lichaam hangt,
  • ruwharig: ruwe, borstelige vacht, op kop en snuit meer volume in de vacht.

Kleur

Naast verschillen in de vacht zijn er twaalf vachtkleuren mogelijk in combinatie met drie verschillende vachtpatronen. Sommige vachtkleuren komen enkel voor bij een van de drie vachttexturen.

Aard

De teckel is tegenwoordig een gezellige gezinshond, maar is tevens een gepassioneerde jachthond met een groot uithoudingsvermogen. Hij is daarnaast ook een goede waakhond. De teckel is van nature geen gehoorzame hond, maar met de juiste training en veel geduld kan men de hond wel onder appel krijgen.

De teckel kan geweldig komedie spelen om zijn zin door te drijven, en zoekt bewust oogcontact. Voor de puppy is een cursus aan te raden. Wanneer de hond voorbij de puberteit is, wordt hij een trouwe hond voor de baas.

De teckel komt oorspronkelijk uit Duitsland en wordt daar veelal nog als waakhond en jachthond gebruikt. In Nederland werd de teckel voornamelijk gebruikt voor de jacht op dassen. Maar hij wordt ook gebruikt voor de jacht op reeën, wilde zwijnen, konijnen en vossen. In Duitsland wordt hij ook wel ‘Waldmann’ (Woudman) genoemd, want zelfs het meest verwende teckeltje wordt in het bos een hartstochtelijk jager. Omdat de teckel van oorsprong een jachtinstinct bezit, is hij in het spel een zeer fanatieke hond. Daarom zal een teckel zich ook prima vermaken met allerlei speeltjes en balletjes. Ook apporteren vindt een teckel geweldig, al moet daarmee wel goed rekening gehouden worden met het eigenzinnige karakter van de teckel en is daarom niet altijd te garanderen dat het te apporteren voorwerp ook daadwerkelijk terugkeert. De teckel neemt het dan mee naar zijn mand of andere veilige plek en zal het daar een tijdje houden of daagt zijn baas opnieuw uit om verder te spelen.

Alle dashonden hebben een (mild) jachtinstinct maar in verschillende mate:

  • de langharige dashond heeft door kruising met gezelschapshonden een milder karakter en is zeer geschikt voor gezinnen met kinderen.
  • de ruwharige dashond heeft door kruising met jachthonden (waarschijnlijk terriërs) een sterker karakter.
  • de kortharige dashond heeft een karakter tussen voornoemde twee in doordat dit van allebei de oorsprong is.

Gebruiksdoel

Dit hondenras wordt gefokt als een jachthond voor bovengrondse en ondergrondse jacht. Elke variant is ontwikkeld voor een specifiek doelwit:

  • De standaard teckel: Deze wordt ingezet in de jacht op dassen en soms ook vossen. De bedoeling is dat ze het dier opsporen, achtervolgen, en uit zijn hol jagen zodat jagers het kunnen vangen.
  • Deminiatuur teckel: Deze variant wordt gebruikt voor de jacht op hermelijnenmarters en wezels. Aangezien hun grootte varieert tussen de twee uiterste worden ze, afhankelijk van hun lichaamsbouw, ook ingezet bij de jacht op dassen of konijnen.
  • De kaninchen teckel: Zoals de naam al aangeeft wordt deze variant enkel gebruikt voor de jacht op konijnen. Hun kleine gestalte is ideaal om in een konijnenburcht in te gaan en de aanwezige konijnen er uit te jagen.

Sommige jagers gebruiken teckels ook om aangeschoten grootwild op te sporen.

Photo by Niki Sanders on Unsplash